Ondernemen

De Zelfstandigenwet stelt drie harde eisen aan zzp'ers

· 5 min leestijd

Werk je als zzp'er, dan ken je het gevoel: je weet nooit helemaal zeker of de Belastingdienst jouw constructie met een opdrachtgever straks als verkapt dienstverband beoordeelt. Dat moet veranderen. Op 1 oktober 2026 is het wetsvoorstel voor de Zelfstandigenwet in consultatie gegaan, met als doel zzp'ers en opdrachtgevers vooraf duidelijkheid te geven. Tot en met 29 oktober kan iedereen op het voorstel reageren. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028, maar de eisen die erin staan, bepalen al over twee jaar hoe je je onderneming het beste inricht.

Waarom deze wet er nu komt

De onzekerheid rond schijnzelfstandigheid speelt al jaren. Opdrachtgevers durven zzp'ers soms niet meer in te huren uit angst voor een naheffing, terwijl echte ondernemers daardoor ook opdrachten mislopen. Wat de fiscus controleert om schijnzelfstandigheid op te sporen, lees je in een eerder artikel, maar die controle blijft achteraf: je weet pas na afloop of je het goed deed. De Zelfstandigenwet draait dat om. Wie aan vastgestelde criteria voldoet en zich daar in de praktijk ook naar gedraagt, komt in een "veilige haven" terecht en weet vooraf dat de samenwerking als zelfstandig wordt gezien.

De twee toetsen die jouw status bepalen

Het kabinet introduceert twee toetsen. De eerste is de zelfstandigheidstoets: die kijkt naar jou als ondernemer. Sta je ingeschreven bij de KvK, factureer je zelf, heb je meerdere opdrachtgevers en heb je voorzieningen tegen ondernemersrisico's geregeld? De tweede is de arbeidsrelatietoets, die naar de concrete samenwerking kijkt: werk je met voldoende vrijheid en voor eigen rekening en risico, of bepaalt de opdrachtgever feitelijk je werktijden en werkwijze?

Beide toetsen samen moeten voorkomen dat een opdrachtgever op papier een zzp-constructie opzet, terwijl de praktijk gewoon een dienstverband is. Dat onderscheid maakte voorheen vooral de rechter achteraf, nu probeert de wet dat vooraf te regelen. De NOS zet de kern van het wetsvoorstel helder naast elkaar: meer zekerheid vooraf, maar geen vrijbrief achteraf.

Drie opdrachtgevers in twee jaar is de nieuwe norm

Voor de veilige haven moet je als zelfstandige in het lopende en het voorgaande kalenderjaar samen voor minstens drie verschillende opdrachtgevers hebben gewerkt. Werk je nu grotendeels voor één vaste opdrachtgever, dan val je dus al snel buiten die veilige haven, ook als je verder prima aan de eisen voldoet.

Daarnaast moeten de basisvoorwaarden op orde zijn: KvK-inschrijving, een btw-nummer, een zakelijke rekening, zelf verantwoordelijk zijn voor je facturatie en betaaltermijnen, en zelf je toeleveranciers betalen. Ook moet je jaarlijks een minimumbedrag besteden aan voorzieningen tegen ondernemersrisico's, denk aan een arbeidsongeschiktheidsverzekering, een broodfonds, pensioen of een aansprakelijkheidsverzekering. Niet elke voorziening is verplicht, het gaat om het totale bedrag, en dat bedrag moet nog worden vastgesteld.

Neem een webdesigner die het afgelopen jaar vooral voor één marketingbureau werkte, met af en toe een los klusje erbij. Op papier is dat één hoofdopdrachtgever en een paar kleine klanten, en dat telt niet automatisch als drie volwaardige opdrachtgevers. Diezelfde webdesigner kan de situatie keren door bewust twee of drie structurele klanten naast elkaar te bedienen, ieder met een eigen offerte, eigen tarief en eigen planning. Dat is precies het soort spreiding waarmee de wet onderscheid wil maken tussen een zelfstandige met een eigen klantenportefeuille en iemand die in de praktijk gewoon bij één bedrijf werkt.

Wat als je buiten de veilige haven valt

Voldoen aan de Zelfstandigenwet is zelf niet verplicht. Niemand dwingt je om voor drie opdrachtgevers te werken of een broodfonds af te sluiten. Maar de verwachting is dat opdrachtgevers het in de praktijk wél gaan verlangen, juist omdat zij met de veilige haven zelf ook zekerheid krijgen dat ze niet achteraf voor loonheffingen en sociale premies worden aangeslagen. Val je buiten de veilige haven, dan loop je dus niet automatisch tegen een boete aan, maar de kans dat opdrachtgevers je mijden of extra voorwaarden stellen, neemt toe.

Dat raakt vooral zzp'ers die bewust voor één grote klant kiezen, zoals veel zzp'ers in de bouw, IT en zorg nu doen. Zij doen er goed aan om op tijd te spreiden over meerdere opdrachtgevers, ook als dat op korte termijn minder efficiënt voelt.

Zo bereid je je onderneming nu al voor

Je hoeft niet te wachten tot 2028 om actie te ondernemen. Begin met het checken van je eigen opdrachtgeversmix: werk je al voor meerdere klanten, of leun je op één vaste opdracht? Zorg dat je administratie, facturatie en betaaltermijnen aantoonbaar in eigen beheer zijn, en bouw gericht aan een voorziening tegen arbeidsongeschiktheid. Dat laatste is sowieso slim, los van deze wet: het is precies het risico waar de meeste zzp'ers te laat voor regelen. Wil je je onderneming breder financieren of professionaliseren, dan is het ook een goed moment om te kijken naar hoe je aan zakelijke financiering komt en naar manieren om je bedrijf verder te laten groeien. Wie nu al bouwt aan een stabiele, gespreide klantenportefeuille, staat er in 2028 niet alleen fiscaal, maar ook commercieel sterker voor.

M
Geschreven door Martijn Smits Bijverdienen & Ondernemen Auteur

Martijn begon als freelance webdeveloper en ontdekte dat bijverdienen naast je baan niet alleen mogelijk is maar eigenlijk best leuk. Hij deelt zijn ervaringen met side hustles, online ondernemen en slimme manieren om meer uit je geld te halen zonder dat je er een tweede baan aan overhoudt. Zijn no-nonsense schrijfstijl en concrete voorbeelden maken financiele onderwerpen toegankelijk voor iedereen die liever doet dan leest over theorieën. Martijn heeft de irritante gewoonte om bij elke aankoop hardop te berekenen wat het per uur werken heeft gekost. Hij woont in Tilburg en runt naast zijn schrijfwerk drie kleine online projecten die hij zijn geldmachientjes noemt.